Bezoek aan nomaden bij Tsokar
De tweede nacht op 4600 meter bij Tso Moriri gaat beter dan de eerste nacht. Ook het geblaf van de honden klinkt inmiddels meer vertrouwd dan irritant. Zelfs een intensieve blafsessie van een hond vlakbij de tent doet ons maar half ontwaken. We moeten er ondanks de kou vroeg uit, want Anchuk wil geen risico lopen met het stuk mulle zand voor de boeg dat we op de heenweg ook tegenkwamen. Het opbreken van de tent gaat redelijk soepel en om 07:30 uur zitten we in de auto. Bij de Army Post even buiten het dorp pikken we twee bekenden op: Jansen en Janssen (zie eerdere posts). Ze moeten ook naar Leh en Anchuk vindt het wel handig om twee extra duwers te hebben. Dit keer komen we doordat we het mulle zand meer van boven benaderen tot opluchting van iedereen makkelijker door het moeilijke stuk heen.
Bij het Tibetaanse vluchtelingendorp Sumdo waar we de heenweg ook langs zijn gekomen slaan we links af een dirtroad op richting Tsokar. Onderweg komen weg geisers tegen met zwavel en ook een mooie hotspring waar het hete water omhoog pruttelt.
Door de kou bevriest de waterdamp onmiddellijk en ontstaat er een fraaie ijspilaar naast de geiser. De weg is niet goed, maar Anchuk stuurt onze 2WD zonder problemen langs de hobbels. Onderweg hebben we één tegenligger: twee Ladakhi op één brommer. Anchuk vraagt naar de wegcondities tot Tsokar en die blijken goed. De Taklang La van 5300 meter is echter zoals verwacht nog dicht vanwege de sneeuw, dus zullen we dezelfde weg straks weer terug naar Sumdo moeten. We bereiken een pas van 4950 meter. Hier heeft Anchuk als boeddhist een dilemma. We zijn netjes links langs de stupa met gebedsvlaggetjes gegaan, maar hij durft niet het hoge talud van de nieuwe weg aan de andere kant van de pas op te rijden. Wat nu? Terug (en dus) rechts langs de gebedsvlaggetjes is uit den boze voor een boeddhist want dan zouden wij dit avontuur wel eens niet kunnen overleven... Anchuk redt zich er handig uit door om te draaien en toch links door de sneeuw langs de gebedsvlaggetjes te sturen en vervolgens met een mooie bocht naar links alsnog het talud van de nieuwe weg op te rijden. We kunnen gerust zijn: deze reis gaat goed aflopen. Aan de andere kant van de pas is het landschap droog en uitgestrekt.
Af en toe steekt er een zandstormpje op. Ook Tsokar, dat met 4200 meter iets lager ligt dan Tso Moriri, is in zijn geheel bevroren. In de loop van de ochtend bereiken we het enige dorpje aan de rand van Tsokar. Hier wonen enkele nomaden. Het zijn oude mannetjes met prachtige getekende gezichten.
De eigenaar van het huisje waar we voor staan laat trots de door hem zelf geslachte lammetjes zien.
De inhoud eten ze op en de huiden gebruiken ze als voering in hun jassen. We worden uitgenodigd door de aardige Ladakhi om in zijn huisje een kopje thee te drinken.
Hij heeft een wereldkaart aan de muur hangen zodat we kunnen laten zien waar het kleine, natte Nederland ligt.
Na dit korte bezoek beginnen we aan de lange terugweg naar Leh. Dit zou normaal gesproken zonder verdere problemen moeten kunnen verlopen. De Indiase chauffeurs hebben echter de rare eigenschap om enkele meters naast de weg te gaan rijden in plaats van erop omdat ze dan enkele kilometers per uur harder kunnen rijden door het zand. Inderdaad zand... Zo gebeurt het dat we enkele meters naast een uitstekend verharde weg volkomen onnodig opnieuw vast komen te zitten in het mulle zand. Tot overmaat van ramp komen we ook midden in een forse zandstorm terecht. Vijf graaf- en duwsessies later staat de auto weer op de verharde weg. Gezandstraald stappen we weer in en drukken Anchuk op het hart de weg niet meer te verlaten.
We volgen weer de lange weg door de Indusvallei, dit keer in omgekeerde richting. Af en toe passeren we een dorpje dat door middel van een gammel bruggetje is verbonden met de autoweg.
De "London Bridge" grapt Anchuk als we het bruggetje bekijken. We stoppen voor een kop thee in een dorpje. Even later komen er enkele militaire voertuigen met soldaten binnenrijden die spullen voor de bewoners van het dorp meebrengen. Enkele geweren staan tegen de muur. Jansen pakt zonder te aarzelen een exemplaar en duwt het tot haar stomme verbazing Nienke in haar handen! "Look mam, this is a gun!", zegt Jansen. De legerofficier heeft het in de gaten en zijn gezicht staat op zijn minst op 'not amused'. Nienke is overompeld door de onhandige grap van Jansen en geeft het geweer weer snel terug. Achteraf hebben we de grootste lol om de zoveelste klunzige Jansen & Janssen - actie.
Voordat we in de vallei van Leh zijn steekt de wind op en komen we nog in een zandstorm terecht.
In Zwitserland en Oostenrijk heb je van die mooie lawinebrekers boven de weg, maar hier in India valt alles van de berg direct midden op de weg... of op de auto. Twee grote sterren verschijnen in de voorruit van Anchuk, maar daar blijft het gelukkig bij. We bereiken veilig net voor het donker Leh. We nemen hartelijk afscheid van Jansen & Janssen en genieten in ons vertrouwde guesthouse van de luxe van een kamer van 10°C en een bak heet water... Ja, luxe is iets relatiefs!
Inmiddels komen er mondjesmaat wat toeristen aan in Leh en gaan er meer winkeltjes en restaurants open. Dat laatste vinden we niet erg want alle restaurants die open waren hadden we al twee keer gehad. Vandaag hebben we heerlijk ontbeten in de "German Bakery" die vandaag open ging en waar we ook de eerste onvermijdelijke Duitsers signaleerden. Morgen vertrekken we voor een nieuw avontuur van vier dagen per bus naar de Nubra-vallei ten noorden van Leh.
RSS: aanmelden bij [
1 reacties:
Dag Nienke en Hassan,
Wat een prachtige foto's; ijsmeer, ijsfontein en wapperende gebedsvlaggetjes. Ik kan me voorstellen dat je de laatste als thema neemt voor je fotocursus. Je kunt ze daar naar hartelust in alle mogelijke standen en variaties op de gevoelige plaat vastleggen. We zijn benieuwd naar jullie ervaringen van de afgelopen week.
met warme groet Jan Willem en Lidy
Een reactie plaatsen
<< Startpagina