Opnieuw rijden we naar het noorden, dit keer om de Coromandel Peninsula te ontdekken. We rijden tientallen kilometers over een gravelweg naar het uiterste puntje tot de weg daadwerkelijk ophoudt. De uitzichten onderweg zijn verbluffend mooi en we vinden op een verlaten campground in een ruige omgeving een prachtige kampeerplek aan het strand. We zien vanaf het land een grote groep dolfijnen in formatie vissen.
Bochtjes draaien langs de kust
’s Ochtends kost het afbreken van de tent en het inpakken van alle spullen elke keer weer veel tijd en de kinderen willen onderweg een periode uit de auto. Na ons vertrek uit de Bay of Islands maken we in het kleine plaatsje Ruakaka aan de westkust van Northland dus een ruime stop. Bij de duinen vinden we een ‘playground’, zoals Hannah de speeltuin sinds enige weken nu steevast noemt. Er bloeien prachtige duinbloemen en als we door de duinen de zee bereiken zien we een groot leeg strand zover we kunnen kijken.
We reizen daarna nog een stuk via de oostkust voordat we Auckland bereiken. Vanuit het glooiende landschap kunnen we de zee zien die soms diep het land in snijdt.
We plannen geen hele lange reisdagen, dus hebben we een Bed & Breakfast geboekt in een nette, rustige buitenwijk net voorbij Auckland als tussenstop voor onze volgende bestemming. Het is Halloween, ook in Nieuw-Zeeland populair, dus ’s avonds wordt het toch nog druk in de straat met kinderen die als waanzinnige creaties langs de deuren gaan.
De volgende dag rijden we het tweede stuk dat voor het grootste gedeelte over een smal weggetje gaat dat de oostkust van Coromandel Peninsula perfect volgt. Heel veel bochtjes verder houdt het asfalt, en de bewoonde wereld, op en gaan we door over een af en toe steil op en neergaand gravelweggetje.
De rit gaat langs wonderlijk gevormde bomen waarvan je elk moment denkt dat ze tegen je beginnen te praten, zoals de Ents in Lord of the Rings. Het landschap langs de kust, met af en toe wat koeien en schapen, is grandioos en op de campground kunnen we onze tent opzetten aan het strand van de noordkust van Coromandel Peninsula.
Het geïsoleerde en ruige verre noorden
De eerste dagen zien we nog wat campers, maar daarna wordt de campground steeds leger. Alleen de eenden met hun kleintjes komen ons gezelschap houden als we aan het ontbijt zitten. We hebben vrij uitzicht op het strand en bij vloed komt de zee akelig dichtbij de tent, maar gelukkig is de duinrand hoog genoeg om ons daar druk over te maken. Het begrip ‘Tsunami’ spookt wel door ons hoofd als we ’s avonds bij het in slaap vallen de zee op het strand horen beuken.
De gravelweg loopt vanaf de campground nog een aantal kilometers door en we besluiten om naar het einde van de weg te rijden.
We picknicken met uitzicht op de diverse zeevogels die hun nesten aan het bewaken zijn. Na de lunch gaan we nog een wandeling doen over het strand. Het strand gaat over in rotsen en we klauteren net zover dat we om het hoekje kunnen kijken en de volgende baai kunnen zien. In die baai zien we tientallen dolfijnen zwemmen.
Ze zijn aan het vissen en werken daarbij eendrachtig samen. Met zijn staart slaat er een hard op het water. Het ene moment gaan ze uit elkaar en het volgende moment zwemmen ze vanuit een cirkelformatie hard op elkaar af. Af en toe springen ze hoog op uit het water. Het is een fascinerend schouwspel om te zien, zo uitzonderlijk dichtbij en vanaf het land.
Na dit spektakel loopt Hassan nog een stukje van de Coromandel Coastal Walkway die wat hogerop het heuvelachtige landschap in gaat. Hij trekt zijn hardloopschoenen aan om het bergpad rennend af te leggen. Bekijk in de video hieronder de route en de foto’s van het verbazingwekkende landschap:
We verlaten de kop van Coromandel en gaan een ander deel bezoeken. Vanuit Coromandel Town gaan we de bekende Cathedral Cove en Hot Water Beach bekijken.
























































































